Gradensysteem:
SGR werkt volgens het menkyosysteem. Menkyo is de vergunning die iemand krijgt in een of meerdere Bu Jitsu vormen na jarenlange toewijding, de meester of meester-leraar kwalificatie eventueel aangevuld met nadere eisen. Pas dan krijgt de leerling een certificaat van zijn meester dat hem de bevoegdheid geeft te onderwijzen.

Het gaat uit van 4 stappen: leerling, kandidaat-meester, meester (sensei) en grootmeester (O-sensei). Om tot een werkbaar geheel te komen zijn er 4 leerlingraden ingevoerd, gevolgd door een kandidaat-meestergraad (5e graad) en de meestergraad (6e graad). De meestergraad geeft de beheersing van technische zaken aan alsmede jarenlange toewijding waardoor de filosofische- en didactische principes inherent aan hem zijn geworden.

De ingrediënten van het gradensysteem voldoen aan een grote serie basissysteemfactoren die zijn opgesteld in de richtlijnen van publicatie Trp 010, genaamd "een lange weg" van het SNJG. De invulling van de leerinhoud door iedere school of instelling is dus vrij zodat iedereen zijn eigen identiteit kan behouden. Een techniek moet snel, soepel, praktisch en correct uitgevoerd zijn. Zowel links als rechts. Er hoort een vaardigheid te worden getoond waaruit een bepaalde coördinatie en harmonie van geest, lichaam en techniek blijkt. SGR hanteert een katasysteem dat is opgezet rondom de Shin T’ai Ryu Gogyo no Kata.

De eerste fase is een zelfverdedigingfase ofwel Shoden genaamd.

Grd: Fasen:
1 inleidend (nyumonsha)
2 beginner (gyo)
3 gevorderde (shugyo)
4 vergevorderde (shugyosha)
5 kandidaat meester (jitsu)
6 meester

Kenmerken:
1e grd.: oriënterend flexibele geest, kennismaking, zie ik het JJ wel zitten
2e grd.: oefening, sterke wil tonen, doorzettingsvermogen en positieve, open houding.
3e grd.: strenge oefening, intuïtie zware training, coördinatie en harmonie komt opgang
4e grd.: exponent, verbreding en verdieping, ervaren van samenhang tussen complexe wisselwerkingen onderling.
5e grd.: technische vaardigheid, intuitief, anticiperend
6e grd.: de weg, men is meester over zichzelf en anderen, harmonisch, provoceert niet en is zuiver van geest (makoto)
De 4e graad t/m de 6e graad wordt ook wel 1e t/m 3e dan genoemd met als inhoudelijke betekenis dat men zich kan verweren tegen 1 t/m 3 al dan niet gewapende tegenstander(s).



De tweede fase geeft een verbreding, verdieping en inzicht in Bu Jitsu en noemen we Chuden.

De (meester)graden noemen we dan aktes, te beginnen met akte A t/m E. (akte A noemen we ook wel 7e graad of 4e dan) De technieken voor deze middelste fase zijn vast omschreven.
Vanaf 4e dan en hoger gaat het om klassiek Jiu Jitsu, Shin T'ai Ryu Gogyo Jiu Jitsu Kata en Bugu Jitsu zoals diverse soorten stokkunst (Jo Jitsu, hanbo jitsu en tanbo Jitsu, zwaard schermen (Ken Jitsu), zwaardtrekkunst (Iai Jitsu), mestechnieken (Tanto Jitsu), waaiertechnieken (Tessen Jitsu) en touwbindkunst (Hojo Jitsu). Zo bestaan er een kleine 50-tal Jitsu-vormen.

De 3e fase (Okuden) is die van Grootmeester.

Na jarenlange toewijding, diepgaande studie, onderzoek, overdenking en het bezitten van een zeer hoge mate van vaardigheid en kennis van een selectie uit de traditionele scholen (Bu Jitsu Sensho) kan een commissie ad. hoc. onder voorzitterschap van een Grootmeester-leraar besluiten iemand, 'honoris-causa' deze graad toe te kennen.

Uiterlijke kenmerken:
De uiterlijke kenmerken nemen in principe de laagste plaats in.

De leerlingraden een donkergekleurde broek (zubon) en jas (uwagi) en een witte band (obi)
De kandidaat-meestergraad idem als de leerlinggraden echter met een rode of bruine band.
De meestergraad een donkere jas en een hakama (broekrok) en een zwarte band.
De grootmeester idem als de meester echter met een violette bredere band. Soms ook met een witte hakama.

Examens:
In principe is er aan het eind van ieder semester een examenmogelijkheid.